Meteen naar de inhoud

Marie’s disease: Een zeldzame aandoening

Marie’s disease (Hypertrofische Osteopathie, HO) is een sinds 1944 beschreven maar weinig voorkomende ziekte bij paarden en ezels van alle leeftijden, die gekenmerkt wordt door steeds toenemende harde zwellingen aan de onderbenen en eventueel de schedel als gevolg van botnieuwvormingen. Dit is op een röntgenfoto goed te zien. Meestal zijn deze zwellingen warm en pijnlijk en wordt het dier in de loop van de tijd stijf en kreupel. Pijnstillers die ook ontstekingsremmend zijn kunnen zinvol en/of noodzakelijk zijn als het paard pijn lijkt te hebben of kreupel is. Marie’s disease komt ook voor bij honden waarbij ook een erfelijke factor is aangetoond. Bij paarden is dit (nog ) niet het geval. Wel lijkt het vaker voor te komen bij rassen van groter formaat.  

Heel bijzonder en heel belangrijk om te weten is dat Marie’s disease nagenoeg altijd een gevolg is van een andere ziekte (een primair proces). In het overgrote deel (71%) van de nauwkeurig onderzochte patiënten met Marie’s disease bleek ook een ziekteproces in de borstholte aanwezig te zijn. Het ziekteproces elders in het lichaam, het zogenaamde primaire proces veroorzaakt via een nog onduidelijk mechanisme de botnieuwvormingen aan onderbenen en/of schedel. Er zijn ook patiënten bekend waarbij nooit een primaire oorzaak werd gevonden en genezen zijn met alleen ontstekingsremmers. Van een merrie  met Marie’s disease die ontstond tijdens dracht is de ziekte spontaan genezen nadat het veulen geboren was. 

De processen in de borstholte die Marie’s disease kunnen veroorzaken zijn: diverse typen ontstekingen of abcessen in de longen, het borstvlies of in andere weefsels, ribfracturen met verklevingen, en veel verschillende soorten tumoren. Ook tumoren/nieuwvormingen in andere organen kunnen Marie’s disease veroorzaken. In de literatuur worden tumoren aan eierstokken en de hypofyse genoemd.  

Verschijnselen 
Typisch voor Marie’s disease zijn de zwellingen van benen die symmetrisch (binnen/buitenzijde) en meestal aan beide voor- en achterbenen aanwezig zijn. Vaak is het lokaal warm zijn de paarden stijf of kreupel. Op röntgenfoto’s zijn aan de buitenzijden van de botten van de onderbenen onregelmatige botnieuwvormingen zichtbaar die de harde bulten verklaren. 


Afhankelijk van de primaire oorzaak van de botnieuwvormingen, kunnen er ook andere symptomen aanwezig zijn. Voorbeelden hiervan zijn koorts, hoest, benauwdheid, vermageren en sloomheid. Bij paarden die (in uitzonderingsgevallen) door Marie’s disease ook botnieuwvormingen aan de schedelbeenderen hebben, kunnen er ook zwellingen aan de schedel zichtbaar zijn. Mogelijk zijn die ook warm en pijnlijk. 
Voor de botnieuwvormingen van Marie’s disease kan het nodig zijn pijnstillers te geven. Heel belangrijk is het om de primaire oorzaak van Marie’s disease bij de specifieke patiënt te vinden en deze (indien mogelijk) te behandelen. 

Diagnostiek 
De zoektocht naar de waarschijnlijke primaire oorzaak van de patiënt begint bij een goede anamnese (leeftijd, eerdere gezondheidsproblemen, huidige wellicht vage symptomen), een klinisch onderzoek, aangevuld met een bloedonderzoek. In het bloedonderzoek kan gekeken worden of er eigenschappen zijn die bijvoorbeeld wijzen op een ontsteking of weefselbeschadiging. Dit kan soms een richting geven voor het vervolgonderzoek. Na het bloedonderzoek zal in ieder geval de borstholte in beeld gebracht moeten worden, te beginnen met röntgen- en echo-onderzoek. Ook punctie van de borstholte kan waardevolle informatie opleveren.  

Bloedonderzoeken kunnen afhankelijk van de primaire oorzaak afwijkend zijn maar dat is zeker niet altijd zo. Ook als er geen aanwijzingen in het bloed zitten, zoals hoge gehalten fibrinogeen of neutrofiele ontstekingscellen, kan er sprake zijn van andere primaire oorzaken van Marie’s disease. Een abces kan bijvoorbeeld ook zodanig ingekapseld zijn dat er geen aanwijzingen van in het bloed te vinden zijn. Ook tumoren hoeven niet altijd een afwijkend bloedbeeld te geven. Bij een normaal bloedbeeld is vervolgonderzoek middels röntgen en echo van de borstholte alsnog  belangrijk. 

Helaas kunnen niet alle problemen in de borstholte zichtbaar gemaakt worden. 
Bij jonge dieren met beperkte omvang is beeldvorming van de borstholte zeer goed mogelijk en zinvol. Daarbij is er bij jonge dieren een veel grotere kans dat er een oorzaak is die behandeld kan worden. Bij oudere dieren is de kans op onbehandelbare tumoren in de borst- en buikholte veel groter. 

Behandeling 
Of en welke behandeling ingezet zou moeten worden is voor iedere specifieke patiënt verschillend sterk afhankelijk van de aanwezigheid en eventuele aard (ontsteking/abces/tumor)  van een primair proces en de ernst van de symptomen. 

Omdat uit de literatuur bekend is dat sommige patiënten waarbij geen primaire oorzaak is gevonden zijn toch genezen met alleen ontstekingsremmers/pijnstillers zou die ondersteunende therapie in alle gevallen een goede optie zijn. Als een drachtige merrie Marie’s disease ontwikkelt zonder aantoonbare (andere) primaire processen, is afwachten tot na de geboorte een reële keuze.  

Afhankelijk van de gevonden primaire oorzaak bestaan mogelijke behandelingen naast eventuele ondersteunende maatregelen zoals ontstekingsremmende pijnstilling bijvoorbeeld uit langdurige gebruik van passende antibiotica (bacteriële ontstekingen) en/of corticosteroïden (immuun-gemedieerde ontstekingen) of het draineren van een aanwezig abces in de borstholte.  
Als er sprake is van tumoren is een behandeling vaak niet mogelijk. Het verwijderen van eventuele tumoren uit de borstholte van paarden is in uitzonderlijke gevallen voor gespecialiseerde klinieken een optie, maar is meestal niet realistisch of niet haalbaar. 

Vooruitzichten 
In 2005 werd over alle beschreven gevallen van Marie’s disease met of zonder aangetoond primair proces en/of behandeling een gemiddeld genezingspercentage van 26% genoemd. In de meeste gevallen daarvan bleven er geen relevante restverschijnselen aanwezig. 

In het bovenstaande had je al gelezen dat meerdere patiënten met Marie’s disease genezen zijn door alleen het gebruik van ontstekingsremmende pijnstillers. Bij deze dieren was geen primair proces gevonden en misschien ook niet aanwezig. Dan was er de drachtige merrie waarbij de ziekte genas toen ze geveulend had.  

Patiënten waarbij ontstekingen als primaire processen aangetoond zijn hebben over het algemeen ook goede kansen om geheel te genezen. Zeker bij jonge dieren zijn er veel minder vaak tumoren en zijn er afhankelijk van de primaire oorzaak reële mogelijkheden om weer geheel te genezen van Marie’s disease én het primaire proces! Nadat het primaire proces behandeld en verholpen is, worden de botnieuwvormingen door de regel ook weer afgebroken. 

Er zijn helaas ook veel paarden met Marie’s disease bekend die geen kans hadden om te genezen en vanwege de pijnlijke botveranderingen en dus tussen 1 maand en 4 jaar na de vastgestelde diagnose Marie’s disease geëuthanaseerd moesten worden.  

Is er Marie’s disease bij jouw paard vastgesteld? Wacht niet af en zoek samen met de gespecialiseerde paardenarts naar de mogelijke primaire oorzaak en het beste behandel- en vervolgtraject! 

Geef een reactie

Ontdek meer van Paarden Gezond houden

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder